De post-it die bleef plakken
Ze was bezorgd om de verkeerde persoon. Over de spiegel die een founder zichzelf niet kan voorhouden.
Een founder waar ik vorig jaar mee werkte, pakte een stift en schreef één zin op een post-it. Met de hand. Het was dag 2 van de offsite, net na de lunch. De stift was van ‘t goedkope soort. De post-it was oranje. Ik onthoud die details omdat de kamer stil werd toen ze ‘m op de muur plakte. En een stille kamer om 13u op dag 2, dat gebeurt niet per ongeluk.
Toen zij aan die twee dagen begon, was ze bezorgd om haar medeoprichter. En toen ik die kamer binnenstapte, lag er een post-it bovenop mijn notities. Die kwam uit haar diagnosegesprek, drie weken eerder. Ze heeft ‘m nooit gezien. Er stond op: Misschien is ze bezorgd om de verkeerde persoon.
De ochtend van dag 1 legde ze zorgvuldig uit dat hij (haar medeoprichter) onzichtbaar was geworden in zijn rol. Het team wist niet goed meer wat van hem was. Ze droeg die zorg als een valies die ze niet meer voelde hangen. Al maanden.
We zijn in die kamer niet achter hem aangegaan.
In de plaats gingen we kijken waar zij zelf voortdurend op aan het scannen was. Wat zij allemaal droeg. We luisterden naar wat haar team dag na dag van háár aflas. Die oefening deed het gesprek vertragen. En de eerste dag eindigde zonder dat iemand benoemde wat er in de lucht hing.
Tegen de tweede dag was die lucht veranderd. Mensen kwamen niet binnen zoals op kantoor. Minder haast, meer van die “ik wil in deze kamer zijn”-energie. Het whiteboard van de dag ervoor stond er nog. De post-it-cluster van die namiddag hing er nog. Niemand had ze weggehaald. En da’s een signaal waar ik op zat te wachten.
En dan, die post-it waar ik het over had.
Dit zijn haar eigen woorden: “Ik dacht dat mijn medeoprichter onzichtbaar was geworden. Blijkt dat ik ook onzichtbaar was. In mijn eigen rol, omdat ik zo diep in de operatie zat.”
Ze schreef ‘m zittend op de grond, benen gekruist, rug tegen de muur. Naast een stapel post-its die allemaal hetzelfde probeerden te zeggen, geen enkele die ‘t helemaal raakte. Ruim twintig post-its, allemaal oranje, op zoek naar wat “het éne ding” nu eigenlijk was. Ze stond op, liep naar voor, en plakte haar post-it bovenop de cluster. Twintig seconden lang bewoog niemand. Tot de eerste die sprak, haar sales lead, zei: “Da’s het. Exact dat.”
De rest van de tweede dag hebben we gebruikt om de manier waarop ze met haar team werkt herop te bouwen. Geen formele doelstelling, geen framework om in te vullen. De korte samenvatting: ik werk op vraag van mijn team.
Zes weken na de offsite kwamen drie van haar mensen, onafhankelijk van elkaar, strategisch eigenaarschap opeisen over doelstellingen die uit die twee dagen kwamen. Ze had het niet gevraagd.
Nog geen kwartaal later noemde ze dit het kantelpunt. Het punt waarop ze zichzelf groter voelde worden in haar rol als leider.
Waar ik zelf mee blijf zitten: de meeste founders scannen constant. Ze zien wat er schort in het team. Ze zien wat er schort in de cijfers. Ze zien wat er schort bij de medeoprichter, de senior hire, de partner die stil is geworden. En ze hebben bijna altijd gelijk over wát ze zien. Ze zitten er bijna altijd naast over wíé het patroon vasthoudt.
Zelfkennis geeft je de beschrijving. De spiegel geeft ze je niet. Je kunt jezelf een jaar lang accuraat beschrijven bij een coach en nog altijd niet zien hoe je rol eruitziet vanaf de kant van je team. En zij gaan het je niet vertellen. Ze zien je graag. Ze hebben een hypotheek. Jij bent de founder.
Daar dienen die twee dagen voor. De spiegel die de founder zichzelf niet kon voorhouden.
De twee post-its zijn bij haar gebleven. Eén ervan heeft al het werk gedaan.
P.S. Als dit raakt en je wil zien wat er in jouw bedrijf écht in de weg zit: boek een doorlichting.